2. Regels: oorsprong en bijwerkingen

Regels zijn oorspronkelijk bedoeld voor nieuwkomers. Die willen meedoen, erbij horen, integreren.

Teamleiders hebben met nieuwkomers te maken. Deze worden verwelkomd en horen dan wat er van hen wordt verwacht. Een nieuwkomer wil dat weten; want hij wil meedoen, geld verdienen, zich waarmaken, cijfers halen, scoren.

– Welkom. Fijn dat je er bent. Hier zijn onze spelregels. Hou je er aan.

Keep left, look right

Engelsen verwelkomen nieuwkomers met duidelijke aanwijzingen. Keep left. Look right. Borden waar dat op staat zijn niet voor de Engelsen zelf bedoeld. Die weten het wel. Ze staan er voor ons. Nieuwkomers. Ze zien ons liever veilig oversteken dan tegen een bus lopen, omdat we niet begrijpen hoe het in Engeland toegaat.

Regels dienen in de eerste plaats de integratie van nieuwkomers.

Positieve bijwerking

Ouders van jeugdspelers bij Hockeyclub A.

  1. Blijven achter de hekken
  2. Bemoeien zich niet met coaching en tactiek
  3. Leveren geen commentaar op wedstrijdleiding
  4. Geven geen aanwijzingen aan spelers op het veld
  5. Uiten zich richting spelers uitsluitend aanmoedigend
  6. Draaien tussen 08.00 en 20.00 uur bardiensten volgens rooster
  7. Vervoeren kinderen conform politievoorschriften

De meeste mensen willen goed functioneren. De meeste ouders van jeugdspelers bij deze hockeyclub ook. Door de club wordt via de website aan ouders bekend gemaakt waarop wordt gerekend. De boodschap: als je dit doet, zien we je graag komen en blijven.

oorsprong en bijwerkingen

Met een kleine aanwijzing kan iemand die in gebreke blijft binnen deze club worden aangesproken worden. Kalm, zonder diegene gezichtsverlies te laten lijden:

– Het is half elf, je staat op het rooster voor de bardienst, ik ook, loop je mee?

Regelen is handig. Wie niets regelt binnen de club, schept ruimte voor willekeur, vriendjespolitiek en machtspelletjes.

Negatieve bijwerking

Jaren geleden. Mijn oudste dochter is twee. We fietsen, zij achterop, en stoppen ergens om even te lopen, te spelen, iets te drinken. Op het terras krijgt ze een ballon, want waar we zijn gestopt is het feest. Met de ballon in haar handen – er zit geen touwtje aan – fietsen we naar huis, twaalf kilometer.

– Oh-ooh … Wat oh-ooh? De ballon is gevallen, zegt ze. Waar wij wonen vallen ballonnen niet; die waaien weg. Ik er achteraan. Hier, alsjeblieft, goed vasthouden. Dit herhaalt zich. Oh-ooh … Ik erachter aan. Hier, goed vasthouden, we moeten nog negen kilometer fietsen, let op, ik stop niet nog een keer. We komen thuis, met ballon en allebei tevreden. Daarna lekker eten, snel in bad, handdoek pakken, afdrogen. Zo meteen ga ik sport kijken. Hier is je pyjama. Waar is dat zilveren armbandje, met je naam erop? Dat je van oma hebt gekregen?

– Ooh, op de straat gevallen. Jij wou niet meer stoppen …

Ze erkent me als leidinggevende. Ze ziet mijn losse opmerking als een regel. De volgende keer niet zomaar wat roepen, denk ik bij mezelf.

What’s next?

Noteer voor jezelf een regel op je werk/opleiding waaraan je twijfelt? Zet daarover je gedachten op papier. Zoals in een dagboek. Voor jezelf.

Meer regelkennis? Blijf dit blog volgen.

Beeld: Helga Kos

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Share on Facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *